Werkwoordspelling


Werkwoordspelling
Schrijf de juiste vorm van het werkwoord op.
Als uit de zin niet blijkt dat de zin in de verleden tijd staat, dan staat hij in de tegenwoordige tijd.

1 Mijn vader heeft eindelijk eens onze oven (reinigen) ­­­­­­­­­­­­­­­________________

2 Ik (binden) _________________  je tas wel even achter op je fiets.

3 Vijf jaar geleden (richten) _________________   we een volleybalvereniging op.

4 (Vermoeden) _________________    jij vanochtend niet, dat we die verrassing hadden meegebracht?

5 Voor de wedstrijd begon, (starten) _________________   de coureur zijn auto alvast.

6 De (verpachten) _________________   landerijen werden goedkoop aan de boeren verkocht.

7 Weet jij of ik volgende week ook op die receptie verwacht (worden) _________________   ?

8 (Begeleiden) _________________   dat grote orkest alle zangers tijdens het komende songfestival?

9 Gisteravond was het Halloween en (gillen) _________________    we bij elk spook dat we zagen.

10 Nadat de cake gebakken was, (wachten) _________________    we tot hij afgekoeld was.

11 De havermoutpap was (aanbranden) _________________   .

12 Er (worden) _________________    beweerd dat Terschelling de grootste gemeente is.

13 Het is waar dat ik het alleen met hard werken nog (redden) ________.

14 (vermijden) _________________    jij liever de omgang met die brutale jongen.

15 Het is naar als mijn moeder steeds op mijn broer (schelden) _­­­­­______ .

   

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maak een goed leesbare tekst van het onderstaande verhaal.

Wat is er fout in de volgende zinnen?